
Vinai Thummalapally is de eerste Indisch-Amerikaanse ambassadeur ooit. Hoe dat zo? Hij is een schoolvriend van president Obama, ze waren flatgenoten op de universiteit in Los Angelos en New York. Hij en zijn vrouw waren één van de actiefste fondswervers tijdens Obama's verkiezingscampagne. En dat wordt beloond. Met een leuk baantje in een gezellig landje als Belize. Zonder diplomatieke ervaring, hetgeen hij ruiterlijk toegaf in zijn speech tijdens de receptie, en met de belofte om snel te zullen leren.

We kletsten een tijdje met Barbara, z'n vrouw. Een bijzonder aardige en geïnteresseerde dame. Ze vertelde dat ze haast van haar stoel viel toen de president hen in april opbelde. Na een grondige inspectie van hun leven en achtergrond, om te zien of ze wellicht een geheime aandelenrekening op de Kaaimaneilanden hadden, of een arrestatiebevel uit India (of wat die mensen ook moeten uitvogelen wanneer je ambassadeur wordt), werden ze officieel aangesteld. Papa en mama kwamen overgevolgen uit Hyderabad, apetrots natuurlijk. Dat geldt niet voor iedereen in India zoals te zien op een paar internet fora, maar dat is gewoon de kift en racistisch gezeik.
Het heeft me aan het denken gezet. Misschien wordt een schoolvriend(in) van mij ooit nog wel minister president van Nederland. Onwaarschijnlijk, maar niet onmogelijk. En zou ik dan een ambassadeurspostje accepteren? Waarom niet? En jij?