dinsdag 14 juli 2009
Naar huis - Waar is thuis?
Soleine realiseert zich nu pas dat Nederland een ander land is, ver weg, veel uurtjes in het vliegtuig. Het land waar opa en oma wonen, waar kleine kindjes al kunnen fietsen en waar mensen op een stoep lopen. Het land waar Sinterklaas als eerste aankomt. Voor mij is het vooral het land waar vrienden en familie wonen. En van genieten van de luxe van de keuze: de keur aan restaurants, de Hema, de boeken- en speelgoedwinkels, goede wijn voor 5 euro gewoon in de supermarkt, leren schoenen kopen in plaats van plastic slippers. Natuurlijk ook het weerzien met pa en ma, broers en zussen. Als jongste van zes heb ik een prima band met al mijn broers en zussen, en hoewel ik maar één keer paar jaar naar huis ga, heb ik waarschijnlijk meer contact met iedereen dan dat zij onderling hebben. In Nederland is iedereen altijd erg druk druk druk.
Voor Soleine vind ik het ook erg belangrijk dat ze regelmatig haar Nederlandse en Belgische (franstalige) neefjes en nichtjes ziet. En papy en mamy natuurlijk. Ze haalt Belgique en Nederland wel door elkaar, net als Sri Lanka trouwens, maar ze is al net zo opgetogen als ik.
Hoewel we een heel super appartement in Belgie hebben, voelt het toch niet echt als 'naar huis' gaan. Meestal heb ik het na een maand wel gezien want ik blijf het gevoel houden op visite te zijn. Daarom heb meestal wel weer zin om terug te gaan. Dus waar nou mijn 'thuis' is?
Home is where the heart is, zeggen de Engelsen. Voor mij is het meer 'Home is where my life is...'
Of ik over zes weken inderdaad veel zin heb om terug te gaan naar Belmopan? Ik het laat het je weten!
dinsdag 7 juli 2009
Op z'n Amerikaans
Allereerst is er de extreme voorkeur voor alles in het GROOT. Auto’s, koelkasten, achterwerken...als je je het kunt veroorloven neem je extra large. Dan het accent in Belize. Soleine leerde haar eerste Engelse woordjes in Sri Lanka. Als ze dorst had vroeg ze om ‘wo-teh’, nu vraagt ze ‘wah-der. Geregeld zegt ze ‘you guys’ en ‘awesome’. Kortom, in minder dan drie maanden is haar Engels compleet veramerikaniseerd. Verder hebben we hier miles, ounces, cups, yards, inches, feet, 110 volt en van die gekke dunne stekkertjes.
Ons huis is uitgerust met allerlei snufjes die ik als Amerikaans beschouw:
- een enorme inloopkast (fantastisch)
- Jacuzzi in de badkuip (fijn maar nauwelijks in gebruik)
- een vaatwasmachine (gebruiken we nooit)
- een ‘insinkerator (zo’n handig machientje wat etensresten vermaalt )
- afstandsbediening voor de ventilatoren (absoluut overbodig tenzij je in
een rolstoel zit)
- rookdetectors en een alarmsysteem (zetten we nooit aan).
Amerikanen zijn dol op techniek en veiligheid (niet verwonderlijk). Je moet eens zien hoe ze hier wonen in Belmopan. Ze hebben hier een enorme Amerikaanse ambassade, vreemd voor zo’n klein landje als Belize, en de diplomaten wonen met z’n allen op een compound. Omringd door een 2-meter hoge muur, bewaakt door meer dan 50 guards (dat is volgens mij meer dan het aantal bewoners van de compound), wonen ze in elegante huizen, met perfect onderhouden gras en top sportfaciliteiten, zoals zwembad en tennisbaan. Toen ik er een keer was met Soleine vroeg ze of we in dit mooie hotel konden logeren.
In hun huizen is het k
oel en donker, dag en nacht staat de airconditioning aan - alsof ze niet zelf hun electriciteitsrekening hoeven te betalen. En wat hebben ze een spullen! Zowat elke Amerikaan heeft een giga gasbarbecue, een expressomaker, een electrische bierkoeler op wieltjes, een yoghurtmaker,een ijsmachine, fitness equipment, mountainbikes met 20 versnellingen, laptops and televisie in elke kamer (altijd aan) en het nieuwste kinderspeelgoed. Het is er zo aangenaam, zo compleet anders dan in de ‘buitenwereld’ dat ik me kan voorstellen dat je er het liefst elke dag binnenblijft.Toen ik in 1999 van Mozambique naar Zimbabwe verhuisde, noemden mensen Harare terecht ‘Afrika voor Beginners’ (dat is nu wel even anders natuurlijk). Welnu, voor mij is wonen op een Amerikaanse compound is ook zoiets als ‘Buitenland voor Beginners...’
maandag 29 juni 2009
Heldinnenmoed
Ik ben nou eenmaal een luie donder. Niet aartslui, zo zou ik het niet willen noemen, maar ik heb een talent voor het ontwijken van vervelende karweitjes, zoals daar zijn: schoonmaken, wassen, strijken, koken ofwel alle huishoudelijke zaken. Ik kan bevestigen wat mijn broer lang geleden eens zei: niets went zo snel als geen huishoudelijk werk meer hoeven te doen.
Vorige week gin
g Silvia wat geld halen bij de bank, waarna ze – flesje cola in de hand-, naar het postkantoor liep om een aanbetaling te doen voor een stukje land dat ze gekocht had. Plots duiken twee jonge kerels uit een boom en eentje grijpt haar tasje. Silvia laat het niet los, maar de andere jongen slaat haar en komt op haar hals af met een gebroken fles. Dan bedenkt Silvia dat ze zelf ook een leeg flesje in haar hand heeft, ze slaat het kapot tegen de muur en haalt met al haar kracht uit. Het kapotte colaflesje laat een diepe snee achter op het hoofd van de aanvaller. Een vrouw die het heeft zien gebeuren is gauw naar het politiebureau gehold, 300 meter verderop, kun je nagaan! De politie treft haar aan met een snee in haar neus en de slechts de hengsels van haar tasje. Maar ze is nog niet verslagen! Ze heeft de jongens namelijk herkend van toen ze voor de Amerikaanse ambassade werkte waar het duo een keer serveerde op een feestje. Aangezien de ene knul naar het ziekenhuis moest voor hechtingen heeft de politie ze gauw gevonden. De volgende dag zaten ze vast in een kale cel zonder toilet op het politiebureau in Belmopan. Mooi zo. Einde verhaal? Nee dus. Nu begint het pas. Silvia is haar geld kwijt, ongeveer 200 euro, en ze wil het terug. De politie wil dat ze officieel aangifte doet. Silvia wil best maar is ook bang, als je mijn vorige verhaal (Het land waar iedereen elkaar kent) hebt gelezen dan begrijp je waarom. Ze heeft een officiële aanklacht ingediend; een lang epistel in drievoud met de juiste stempels en postzegels, zoals dat hier gaat. Ze heeft een rechter betaald (ook dat is normaal hier) om haar verhaal aan te horen. Binnenkort gaat hij beslissen of Silvia moet getuigen in een openbare rechtzaak. Als ze moet, dan ga ik met haar mee. Want ze is zo moedig. Ze is mijn heldin. In het woordenboek komt alleen het woord heldenmoed voor, maar voor mij bestaat er zeker zoiets als heldinnenmoed!
maandag 22 juni 2009
Mijn eerste keer...
Wat ik gedaan heb? Aerobics in mijn huiskamer samen met Fit TV! Ken je Fit TV, heb je dat ook in Nederland? Het is van Discovery channel en het laat een aaneenschakeling van fitness kings, yoga goeroes en opgepompte Pilates prinsessen zien in strakje broekjes en roze mini-topjes die hun ribbelbuikjes showen en tegen het tv-publiek schreeuwen als waren het tieners in een workshop sociale weerbaarheid: "Oh you’re doing great, keep going, feel your power, gr-r-r-r-r-reat!"
Er zijn helaas geen sportclubs in Belmopan, athans niet dat ik weet. Ik ben een paar keer naar de Christelijke dansschool En Croix geweest, gerund door Youth with a Mission (die zichzelf afkorten als Y-WAM, wow!) maar die is momenteel gesloten gedurende de lange zomervakantie. Er is aqua-gym voor dames, maar ik ben nog niet in die fase beland dat ik in het water hoef te doen wat ik nog op de grond kan. Dus tenzij je naar de Belmopan fitness club wilt samen met een dozijn zwarte bodybuilders in een gebouwtje zonder air-conditioning waar je het zweet en het testosteron kun ruiken als je er alleen al langsrijdt, dan ben je overgeleverd aan Fit TV.
Dus vanochtend rolde ik vrolijk mijn Indiase tapijt in mijn huiskamer op en mijn gymmatje uit, stapte in mijn gympakje en volgde de warming up pasjes van Sharon Mann, viervoudig Canadees Aerobics kampioen. Was ik net lekker warmgedraaid...stopt ze ermee. Reclame. Nee toch, dat kun je niet maken. Dit is goed voor de volksgezondheid, waaarom kan het niet op de publieke zender zodat er geen reclame tijdens het programma komt? Hoe dan ook, Sharon, die voor de gelegenheid haar haar in ‘leuke’ Pipi Langkous staartjes gedaan heeft, is zo enthousiast dat ik haar niet wil teleurstellen. Maar telkens als ik een pasje onder de knie heb, begint ze weer een ander. En ze gaat maar door. Dan is het tijd om te stretchen. Bijna verlies ik twee vingers in m’n plafondventila
maandag 15 juni 2009
Het land waar iedereen elkaar kent
Antoine, Michel’s zoon van bijna 14, kwam voor het eerst naar Belize met Pasen. We reden terug van het vliegveld naar ons huis in Belmopan en ik bestudeerde hem intensief. Wat was zijn eerste reactie op ons nieuwe land? Gedurende de eerste 40 kilometer was hij stil, waarna hij enigszins verbaasd opmerkte: “Papa, waar zijn de huizen, waar zijn de mensen?”Het klopt, Belize is een haast leeg land, met 300.000 inwoners (vergelijk Utrecht stad) en 80% jungle. Dat valt natuurlijk meteen op, zeker als je van druk en vol Sri Lanka komt. Met slechts 12 mensen per vierkante kilometer, is Belize één van de dunstbevolkte landen ter wereld (onderaan staat Groenland met nog niet eens 1 person per km2, bovenaan staat Macao met 16,000 mensen per km2). We kennen allemaal de problemen van een overbevolkt ontwikkelingsland: armoede, vervuiling, vreselijke verkeerschaos, uitgeputte hulpbronnen en disastreuze natuurrampen, maar heb je wel eens nagedacht over de problemen waarmee onderbevolkte ontwikkelingslanden kampen?
Neem infrastructuur. Er zijn slechts twee goede wegen in Belize (‘highways’), de rest zijn zandpaden. Dit is in principe voldoende om de steden met elkaar te verbinden. Nu is er geld beschikbaar voor de aanleg van nieuwe wegen. Maar is het de moeite waard om dure asfaltwegen aan te leggen voor 20 auto’s per dag? Hier in Belmopan worden regelmatig nieuwe cafés en restaurants geopend, maar vele verdwijnen net zo snel als dat ze zijn gekomen. Niet genoeg klanten. In Brodies, de beste supermarkt in het dorp, ben ik vaak de enige klant. Ik weet niet hoe ze overleven. Het is lastig om een dunbevolkt land te ontwikkelen. Ga je als ziekenhuis een dure neonatale intensive care machine aankopen voor de 30 babies die er per maand geboren worden, waarvan de meesten gewoon gezond zijn?
Maar dit zijn niet de enige problemen waarmee een onderbevolkt land als Belize te maken heeft. Onlangs was een 12-jarige jongen getuige, onbedoeld, van een bloedige moordpartij door een drugsbende. Doodsbang was ie, letterlijk, en hij wilde per se niet getuigen in een rechtszaak. Maar de politie kwam verschillende keren naar zijn huis om hem over te halen. Een paar dagen later werd ie dood aangetroffen. Iedereen had de politie zien komen, ook de moordenaars, maar niemand kon het jochie beschermen. Getuigenbescherming, under-cover politie of agenten in burger, dit soort praktijken hadden hem wellicht kunnen redden. Maar in een klein land waar iedereen elkaar kent, werken dit soort dingen niet. Een politieagent kan een rode pruik opzetten, iedereen zal 'm toch herkennen.
De enige troost is misschien dat dit ook voor gevangenen geldt: schier onmogelijk om hier te ontsnappen en te verdwijnen, want iedereen kent iedereen.
dinsdag 9 juni 2009
Suiker verslaat bananen in EU voetbaltoernooi
Afgelopen zaterdag organiseerde onze vriend Tony voor het eerst in de geschiedenis van Belmopan een EU voetbaltoernooi. Dit ter gelegenheid van EU-dag. Jawel, die bestaat. Normaal gesproken gehouden op 9 mei maar van
wege de Mexicaanse griep was het uitgesteld to juni. Officieel heet het Schuman-dag vernoemd naar een of andere Fransman die zichzelf als de oprichter van de voorloper van de Europese Unie zag.
Hoe dan ook, EU-dag wordt volgens mij alleen buiten Europa gevierd en ik durf te wedden dat 99% van de Europeanen er nooit van gehoord heeft. Dit geldt denk ik ook voor het Europese volkslied, een beroemd klassiek stuk van Beethoven genaamd ‘Ode an die Freude’, niet te verwarren met het deuntje dat we jaarlijks voor het Eurovisie Songfestival te horen krijgen.
Er zijn in Belize vier programma’s die door de EU gesteund worden: de suikersector (Michel z’n project), de bananensector, een plattelandsontwikkelingsproject en een project voor steun aan de overheid. Elk van deze vier projecten had z’n eigen gemengde voetbalteam samengesteld, waarbij als regel er telkens minstens vier dames op het veld moesten staan. Ik was klaar om te spelen, maar toen ik de vijf meiden zag die bij ons in het team zaten, allen werken ze voor de suiker boerenorganisatie, heb ik me bedacht want ze waren echt steengoed en gingen voor de overwinning. De eerste wedstrijd eindigde via penalties in een nipte overwinning voor het suikerteam. Door naar de finale waarin we tegen het gevreesde bananenteam moesten spelen. En wat een finale, zeg! Het had echt alle ingredienten van een buiskluisterende, nagelbijtende en zenuwslopende grande finale: een rode kaart, een strafschop, een 18-meter vrije trap en een winnend doelpunt in de laatste minuut, gescoord door niemand minder dan…Michel. Een zoete overwinning voor het suikerteam!
maandag 1 juni 2009
Weer quiz
erlandse ben). Alles is gecontroleerd en verloopt volgens regeltjes. Het klimaat is een van de weinige dingen die we niet onder controle hebben. Dat vinden we niet fijn en daarom hebben we het er zo vaak over...Hier in Belize is het weer alles behalve voorspelbaar. Okay, het is meestal warm of zelfs heet, maar daarnaast hebben we regen, onweer, tropische stormen, aardbevingen, hurricanes, droogtes...noem maar op. Maar Belizianen hebben het niet vaak over het weer. Het is een saai onderwerp en je kunt er toch niets aan veranderen.
woensdag 20 mei 2009
Zoethoudertje?

Het suiker-protocol is een soort protectie-maatregel waar niet iedereen blij mee is. Andere landen waar rietsuiker geproduceerd wordt, zoals India en Brazilie, zijn gaan klagen. Ook de suikerbieten boeren in Europa voelden de oneerlijke concurrentie. Al
s gevolg is het suikerprotocol afgeschaft in 2008. Hierdoor werd de suikersector in Belize, die toch al een van de minst efficiente in de regio was, zwaar getroffen. De suikerprijs kelderde met 36%.Ter compensatie zwaaide de EU met haar toverstafje; Hocus Pocus ...daar was 48 miljoen euro van jullie belastingcenten beschikbaar voor de noodlijdende suikerboeren in Belize.Michel wordt geacht het Ministerie van Landbouw to adviseren hoe ze het geld het beste kan uitgeven. Een deel is bestemd voor infrastructuur zoals wegen en machines. Een ander deel is voor het versterken van de boerenorganisatie en voor diversificatie zodat het land minder afhankelijk wordt van suiker. Er zijn zo’n 6,000 suikerboeren in Belize, en je kunt op je klompen nagaan dat die niet allemaal de neus dezelfde kant op hebben. Toen ik hier in februarie net was, staakten de boeren en er waren rellen zo erg zelfs dat een suikerboer werd doodgeschoten door de politie.
Er is ook onenigheid binnen de overheid; er zijn verschillende ministeries betrokken en ze vinden allemaal wat anders. Dat geldt ook voor alle andere betrokken partijen; de suikerraad, de suikerfabriek, de suikervereniging: ze roepen allemaal hoe het moet maar ondertussen doen ze niks. Deze houding van veel geschreeuw en weinig wol is niet bevordelijk voor de ontwikkeling van Belize. En zo heb ik een man die als hij ’s avonds thuiskomt en ik vraag: “Hey honey, how was your day?” consequent antwoordt: zinloos. Maar hij geeft niet snel op en concentreert zich nu meer op de andere landbouwproducten zodat Belize minder afhankelijk wordt van de suiker. De tijd zal uitwijzen of of deze 48 miljoen meer dan een zoethoudertje zullen blijken. Wordt vervolgd...
dinsdag 12 mei 2009
Veer of stip?

Afgelopen weekend hadden we een feestje thuis. Het was georganiseerd door Richard, Michel’s collega. Als thema had hij bedacht: Indian, en hij had rijst en curry gemaakt. Makkelijk voor ons, want ik heb een super-sari uit Sri Lanka en Michel had nog wel wat van de Bollywood party die we in Colombo hadden vorig jaar. Toen kwamen de e-mailtjes van de Amerikaanse gasten. Stuk voor stuk vroegen ze: wat bedoel je met Indian? Native Americans of mensen uit India? Ofwel... dragen we een veer of een stip op ons voorhoofd? Grappig om te zien. De Amerikanen dachten meer aan de veer, terwijl de Europeanen met de stip kwamen. 'Doe maar waar je je het meest sexy in voelt', was mijn antwoord. En zo hadden we zwoele zen-masters, een sexy Indiaanse casino eigenaar, de Amerikaanse ambassadeur met kluk-kluk strepen op zijn wangen en zelfs een Ghandi in een zelfgemaakte luier van handdoeken.

vrijdag 8 mei 2009
Onderkruipsels
Een van de belangrijkste redenen waarom we graag in de tropen wonen is natuurlijk: de zon. Ik word ’s ochtends gewoon makkelijker wakker als de zon op m'n gezicht schijnt en het is prettig als je elke dag open schoenen kunt dragen zonder over sokken te hoeven nadenken.Natuurlijk zeur ik wel eens dat het te heet is, maar zoals de Engelsen zeggen: be careful what you wish for, dus ik klaag niet gauw. Er is helaas wel één verrekt nadeel aan het leven in dit zonnige klimaat. Met de hitte komt vochtigheid, en met zo’n klimaat komen de beestjes. Muggen, vliegen, mieren, torren, kakkerlakken en wat niet. Ik dacht dat ik daar nu onderhand wel aan gewend was.
Toen we net kwamen wonen in ons nieuwe huis, vond de schoonmaakster in een kamertje een klein groen kikkertje. Ze schreeuwde moord en brand. Het was volgens haar een gifkikker die gif in je ogen kan spuiten waardoor je blind kunt worden. Hmmm...leek me sterk verhaal voor zo’n ding dat eruit zag als een Haribo snoepkikker. Maar ik kan het me niet veroorloven haar niet te geloven. En dus gingen we de kamer die dag heel voorzichtig binnen.
’s Avonds gingen we even kijken in de lege kamer of de kikker er nog was. En wat bleek? Hij had gezelschap gekregen van een heuse spin! Da’s raar, een kikker en een spin samen in een lege kamer. Klinkt als een fabel van Lafontaine. . Nog later neemt Michel nog eens een kijkje en hastjikidee...de kikker en de spin zijn nu vergezeld van een schorpioen. Het moet niet gekker worden. Is dit een plot tegen ons? Om te zeggen dat we (niet) welkom zijn in dit huis? Ik bedoel, een echte schorpioen in ons huis? Jakkes, die krengen zijn gevaarlijk, toch?
Later hoorden we van andere Belizianen dat spuwende gifkikkers die je blind maken niet bestaan. Toch zal ik altijd voorzichtig zijn, in en rond deze kamerWe gebruiken de kamer nu als opslagkamer en hebben hem de freaky room gedoopt. Zoals je weet is iedereen hier welkom om te komen logeren. Ik beloof je dat je niet in de freaky room hoeft te slapen. Ik houd veel van de zon maar ik moet na 15 jaar nog steeds wennen aan alle kruipsels die in de zonnige landen wonen.
vrijdag 24 april 2009
Viva Mexico?
Ik ben opgetogen over het tripje en heb voor de gelegenheid zelfs een jurk aangedaan. En hakken! Hier in Belize loopt iedereen de hele dag in jeans en op slippers. Het is hier erg stoffig en ruraal en het kan niemand hier iets schelen hoe je eruit ziet. Da’s op zich best cool maar ik mis het ook wel om iets leuks aan te trekken en m’n hakken op de straat te horen klakken.
Als we Belize uitrijden moeten we een exit-belasting betalen. Belachelijk. We rijden zo de Mexicaanse grens over, zonder te stoppen. We vragen ons af of we niet een stempel in ons paspoort hadden moeten te laten zetten. Hmm, te laat nu. Het is zes uur ‘s avonds als we Chetumal binnenrijden. Ik verwacht Latijns invloeden en mooie Spaanse gebouwen met witte verandas en romantische pleintjes omringd door sinaasappelboompjes. Niets van dat al. Het is lelijk, ’t is net een dorp in Belize. Lage huizen type schoenendoos, electriciteitskabels die over de straten bungelen en veel goedkope Chinese winkels. Het centrum bestaat uit één lange straat en de strandboulevard is donker en verlaten. Het eerste wat ik doe in het hotel is me verkleden in een broek.
We vinden een restaurant dat er een beetje Mexicaans uitziet en nemen een steak en een Margarita. Zo voelen we ons nog enigszins in het buitenland. Op zaterdag gaan we shoppen en inderdaad, er is een winkelcentrum met goede winkels (met name Liverpool warenhuis) en de prijzen zijn de helft van hier in Belize. Soleine wil naar MacDonalds maar we kiezen voor een klein lokaal restaurantje waarna ik me niet goed voel. Maagpijn en knikkende knieën. Als we weer terugrijden naar Belize moeten we toeristenbelasting betalen die we op de heenweg niet betaald hadden. We rijden op de snelweg en ineens steekt een rasta man in zijn oude jeep de weg over. We kunnen hem niet ontwijken en onze auto loopt schade op. De rasta man, die zich voorstelt als Mr. Too Tall uit Crooked Tree (Kromme Boom, echt waar) is zo stoned als een garnaal. Hij zegt wel 25 keer sorry en verklaart telkens hoeveel hij van ons houdt. De politie komt, verrassend snel, en vraagt ons of ze deze man naar het politieburo moeten nemen voor een alcoholtest, maar we willen alleen maar een politierapport voor de verzekering en wegwezen. ’s Avonds thuis is de Mexicaanse griep op alle televisiekanalen. Ik voel met niet lekker en hoewel ik geen koorts heb of hoest, schiet het toch telkens door m'n hoofd dat ik misschien wel swine-flu heb. Wat een trip! Ik denk dat we niet snel terug zullen gaan naar Chetumal. De boodschappen mogen dan goedkoper zijn, als je de reis- en verblijfkosten optelt, de exit-belasting, de entry-belasting, de kosten van de aanrijding en de stress van de Mexicaanse griep dan betaal ik liever wat meer geld voor mijn ham en mijn shampoo. En voor de jurk en klik-klak hakken hoef ik het ook al niet te doen.
dinsdag 14 april 2009
Zooi
Als je ooit iets verscheept hebt en er lang op hebt moeten wachten dan zul je dit gevoel kennen. Voor mij is het altijd de beste dag sinds de aankomst in het nieuwe land. Aangezien we Belize kennen als een makkelijk land, hebben we goede hoop dat de spullen inderdaad vandaag uit de haven zullen komen. Maar we hebben ook andere ervaringen en het is beter om het ‘eerst zien, dan geloven’ principe te hanteren.
Het gekke is dat ik alweer half vergeten ben wat er in al die dozen zit. Afgezien van twee prinsessenjurken – waar Soleine me wekelijks aan herinnert - mijn nieuwe Sri Lankaanse mega-schilderij en m’n sladroger mis ik eigenlijk niets. We zijn hier nu drie maanden en ik heb al het nodige inmiddels aangeschaft. Dat wil zeggen: alles voor zover het te koop is hier in Belmopan. Bedden, borden, bestek maar natuurlijk geen boeken, CD’s of leuk speelgoed.
Het is eigenlijk heel fijn om in een relatief leeg huis zonder zooi te wonen. Voor het eerst in mijn leven in het buitenland vraag ik me af of het wel de moeite waard is om telkens al je persoonlijke spullen mee te slepen en grote bedragen neer te tellen voor de verscheping.
Uiteindelijk werd de container vier dagen na aankomst in de haven naar ons huis gereden. In bijzijn van de douaneagent werd ie ontgrendeld. Daar kwamen onze achtentachtig dozen. En wat zat er allemaal in? Volgens de Sri Lankaanse inpakkers die de inhoud op de dozen hadden geschreven: cresmas deceracion, helmuts, ormanents, pientings and ladies axeceseres. Wat een verrassing. Tel hierbij op Soleine’s boekjes in drie talen, mijn Marco Borsato CDs, de Hema-lakens en de familiefoto’s en het antwoord op de vraag: - Is het de tijd en het geld waard om telkens je zooi mee te slepen? - wordt heel gemakkelijk... ongetwijfeld!
zaterdag 11 april 2009
Belmopan Slide Show
Belmopan is de hoofdstad van Belize sinds 1974 ofzo. Voorheen was het Belize city. Eigenlijk veel logischer want Belize city is waar 'het' allemaal gebeurt, voor zover er iets gebeurt in dit land. De overheid en een paar ambassades zijn twintig jaar geleden verhuisd naar Belmopan vanwege de hurricanes en de overstromingen.
Belmopan bestaat uit 1 weg, genaamd de Ringweg. Er wonen zo'n 12,000 mensen. Da's nog veel minder dan in mijn geboortedorp Dongen waar ik op mijn achttiende ben 'wegevlucht'. Belmopan is echt een saai en stoffig dorp. En dat stoffige bedoel ik letterlijk en figuurlijk. Er zijn geen winkels - tenzij je een chinese supermarkt als winkel wilt aanmerken, geen goede restaurants, er is geen bioscoop of theater. Het voelt een beetje als in de jaren vijftig. Mensen groeten elkaar in de auto, je kunt rustig je autodeur openlaten met de sleutel in het contact. Het is niet makkelijk om hier je goede gewoontjes te behouden: gordel omdoen, deuren 's nachts op slot doen enzo. Boodschappen doen is wel weer supermakkelijk want je koopt gewoon wat ze hebben. Weinig keus hebben vergemakkelijkt het leven.
Afgezien van een paar mooie bomen: flamboyants, gouden regens en jacaranda's, is er niets moois aan Belmopan. Niemand doet ook maar enige moeite er iets moois van te maken. De restaurants hebben allemaal lelijke houten picknick tafels en verschoten kerststukjes als decoratie. Je begrijpt het al...we moeten de lol hier zelf maken. Daar zijn we hard mee bezig!
zaterdag 4 april 2009
Vrouwenlol
Ik vind het maar niks maar laat het niet merken. Niet te snel oordelen...en bovendien zijn in een dorp waar niets te beleven valt alle iniativen welkom.
De volgende bijeenkomst is in het huis van de rijkste familie van Belmopan. Altijd leuk om te zien. Er zijn weer veel dames aanwezig, en het valt me nu op dat ik een van de jongste ben. Ik heb geen naamplaatje meegebracht en moet een boete betalen! Symbolisch weliswaar maar toch. Ik voel me niet op mijn gemak en besluit geen lotterij ticket te kopen.
Waarom voel ik me zo ongemakkelijk? Omdat ik de jongste ben? Omdat ik mezelf als een werkende vrouw zie en geen deel wil uitmaken van huisvrouwen clubjes? Dan staat een vrouw op om zich te beklagen: ‘Waarom zijn de vergaderingen altijd overdag? Ik wérk hoor!’ Ze zegt het met zo’n air van: ik ben beter dan jullie, dat ik zin heb om haar een mep te geven. Dan bedenk ik me beschaamd dat ik in Sri Lanka waarschijnlijk ook zo praatte.
Er is ook een mannenclub in Belmopan. Die maken tripjes: kanoen in de grotten of duiken in the Blue Hole. Ze hebben ideeen over poker-avondjes, autoralley’s en wedstrijdjes pikant eten. Ze drinken bier, praten over niks en hebben lol. Zoals mannen doen. Ineens begrijp ik waarom ik die vrouwengroep maar niks vind. Ze doen geen leuke dingen en hebben geen lol. Niet mijn lol in ieder geval.
zaterdag 28 maart 2009
Gasten en verse vis
We hebben bezoek! Ik vind het altijd super als mensen de moeite nemen eens een kijkje te nemen in ons nieuwe land. Ik realiseer me dat het niet voor iedereen weggelegd is om je leven even achter te laten en in een vliegtuig te springen, zoals wij gegereld zelf doen. Zeker niet als het een reis van 2 dagen en 3 vliegtuigen is. Dus ik was heel blij toen mijn zwager met zijn vrouw en dochter aankwamen in Belize.Ze kwamen bepakt met maar liefst zes koffers vol kinderschoenen, Belgische chocolade en leverpastij. Echt waar, minstens 10 kilo aan Leonidas bonbons zijn hier de grens overgesmokkeld. In ruil daarvoor hebben ze zeker 10 liter Hot Mama’s pikante saus geexporteerd voor vrienden in Belgie. Mooi staaltje Fair Trade, nietwaar?
Wat altijd leuk is met gasten is om het land te verkennen. Het is nou eenmaal zo dat de bewoners van een land het het slechtste kennen. Immers, hoeveel Fransen hebben de eifeltoren bestegen? Hoeveel Nederlanders hebben de bloemenpracht in de Keukenhof bewonderd, of de Nachtwacht van Rembrandt? Hoeveel Amerikanen zijn de Grand Canyon afgedaald, of hebben Empire State Building beklommen? Juist!
Gedurende drie weken hebben we Belize ontdekt. Enge junglepaadjes gehiked, eindigend in koel blauwe waterpoelen in de rotsen, de Lamanay Maya tempels beklommen voor een verbijsterend 360 graden uitzicht en geluierd in de hangmat op het strand van Placencia.
Belize is in één woord: schitterend.
Hoe leuk het ook is om gasten te ontvangen, ‘k ben ook altijd stiekem weer blij als ze weg gaan. Ken je het Nederlandse gezegde: verse vis en gasten, wat hebben ze gemeen? Ze blijven beide maar drie dagen goed, dan gaan ze stinken. Oho, wat een onaardig spreekwoord. Neem het niet persoonlijk hoor, gasten zijn bij ons van harte welkom! Maar dan wel volgens het Nederlandse concept van gastVRIJHEID. Ga je eigen gang, zolang je niet verwacht dat ik je ontbijt ga maken of je het hele land doorsleep, mag je rustig drie weken blijven!
dinsdag 17 maart 2009
Een nieuwe school

Ons dochtertje Soleine is 4. Dat betekent dat ze naar school gaat. In Sri Lanka ging ze naar een superleuke kleuterschool, Stepping Stones genaamd. Veel leuker en beter dan het Nederlandse dagverblijf waar ze een keer een weekje op zat, in Ede. Dus als je denkt dat in een onwikkelingsland alles minder goed ontwikkeld is, heb je het mis.
Hoe dan, zodra we hier in Belmopan aankwamen ben ik op zoek gegaan naar een goede school. Al gauw wezen alle vingers in dezelfde richting, de BCA school, de enige internationale school in Belmopan. Op een donderdag ochtend gaan we er heen. Ik ben waarschijnlijk nog opgewondener dan Soleine. 
Het ziet er best leuk ook van buiten. Veel kleine witte houten huisjes op palen, voor elke klas eentje. ’t Is net een vakantiedorp. Eenmaal in de klas valt het met tegen. Het is er vies, oude krakkemikkige meubels, kapot zeil op de vloer en er slingert veel vies oud speelgoed.
BCA staat voor Belize Christian Academy. En daar werd ik ook niet blij van. Het is een heel Christelijke school, met van die kruizen in hun logo, en God in hun missie. Ik citeer uit het handboek: De missie van deze school is om God te dienen. Oh, ik dacht dat het was om de kinderen onderwijs te geven. Elke vrijdag gaan de kinderen naar de kapel, waar ze pas mogen gaan zitten als ze goed voor Jezus gezongen en geklapt hebben. Er worden toneelstukjes gedaan door de kinderen die laten zien hoe slecht het met je afloopt als je Jezus niet volgt. Brrr, daar ben ik het dus helemaal niet mee eens. Ik houd niet van scholen die zich als kerken gedragen. Maar van de Beliziaanse overheid zijn scholen verplicht een bepaalde religie aan te hangen.
Ik ben teleurgesteld. Is dit de beste school van Belmopan? Dan ontmoet ik de Canadese Chantelle, de kleuterjuf. Ze is een ster. Ik heb veel waardering voor iedereen die 14 kleuters de hele dag kan bezighouden, en als je dat dan ook nog op een leuke en leerzame manier doet, dan ben je een superstar. Dus vraag ik me zelf af: wat is belangrijker voor een 4-jarige kleuter, een mooie schone school die er picobello uitziet, of een goede, leuke juf? En, kan een kleuterhoofdje op 4-jarige leeftijd al gebrainwasht worden? Of is er nog hoop? Wat geloof jij?
